Plenair Van Bijsterveld bij behandeling Aanscherping openbareordebeleid voor criminele vreemdelingen



Verslag van de vergadering van 9 juli 2024 (2023/2024 nr. 38)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.14 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Ook namens onze fractie wil ik de minister feliciteren met haar benoeming. Wij wensen haar veel succes toe.

Voorzitter. Het wetsvoorstel dat we nu behandelen, had wat mijn fractie betreft een hamerstuk kunnen zijn. Het betreft een wetstechnische correctie die ongelijkheid en willekeur wegneemt en die daarnaast nationale wetgeving in overeenstemming brengt met de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Mijn fractie vindt het inderdaad vreemd dat de aanvraag voor een permanente verblijfsvergunning voor in Nederland geboren of getogen vreemdelingen wel kan worden geweigerd op basis van een drugsgerelateerd delict maar niet op basis van een zedenmisdrijf. Dit wetsvoorstel beëindigt deze arbitraire ongelijkheid.

Ook het schrappen van de ondergrens van een veroordeling tot een gevangenisstraf van meer dan 60 maanden zal ertoe leiden dat in meer gevallen zal worden overgegaan tot een individuele beoordeling of de aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van de openbare orde moet worden afgewezen. Deze beoordeling behelst, naast de weging conform de glijdende schaal, een individuele belangenafweging en een toetsing op het proportionaliteits- en evenredigheidsbeginsel en artikel 8 EVRM. Bij misdrijven die een buitengewoon ernstige inbreuk vormen op het fundamenteel belang van de samenleving, kan een verwijderingsmaatregel gerechtvaardigd zijn. JA21 vindt net als de regering dat in de ernst van de misdrijven de rechtvaardiging gelegen is voor het kunnen weigeren van een verblijfsrecht. Ook al betreft het jaarlijks maar een zeer beperkte groep, mijn fractie ziet het belang in van deze wijziging in de wet waardoor het mogelijk wordt in meer gevallen dan thans afwijzend te beslissen op een aanvraag van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd.

De consequentie van de misdrijven kan zijn dat rechtmatig verblijf in Nederland niet langer is toegestaan en dat zal worden ingezet op vertrek. Hierover een aantal vragen aan de minister. Kan de minister aangeven hoe zij garandeert dat vreemdelingen die zeer zware misdrijven hebben gepleegd waardoor hun verblijfsstatus niet wordt verlengd, daadwerkelijk ons land gaan verlaten? Welke instrumenten heeft de minister daarvoor tot haar beschikking? Acht de minister deze instrumenten toereikend? Is uitbreiding van uitzettingsmogelijkheden nodig? Een aantal collega's refereerden er al aan dat we niet willen dat deze mensen onder de radar verdwijnen.

Dan het aspect van de zogenaamde vreemdelingenbewaring. Kan de minister aangeven welke gronden aanwezig moeten zijn om tot vreemdelingenbewaring over te kunnen gaan? Immers, uit de jurisprudentie van de uitleg van de Terugkeerrichtlijn volgt dat gepleegde strafbare feiten in zichzelf geen grondslag zijn voor het opleggen van vreemdelingenbewaring. Dit kan alleen anders zijn indien uit de gepleegde strafbare feiten ook een risico op het onttrekken aan het toezicht kan worden afgeleid. Is de minister het met mijn fractie eens dat het hier om criminelen gaat die zware misdrijven hebben gepleegd en daarmee een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid zijn, en dat deze groep per definitie als een risico beschouwd dient te worden op het onttrekken aan het toezicht, zodat deze groep daarmee in vreemdelingenbewaring kan worden geplaatst? Indien de minister deze analyse deelt, kan zij dan toezeggen dat zij voor deze groep vreemdelingen zorgt dat zij na hun detentie niet meer onder de radar kunnen verdwijnen?

In 2023 zijn 23.140 vreemdelingen vertrokken, waarvan een derde zelfstandig zonder toezicht. Mijn fractie acht het vreemd dat het niet mogelijk zou zijn om aan te geven hoeveel vreemdelingen illegaal in Nederland verblijven die geregistreerd zijn als "met onbekende bestemming vertrokken". Mijn fractie verzoekt de minister hier meer inzicht in te gaan krijgen en daarover te rapporteren. Graag hoort mijn fractie wat de beschikbare data zijn over de omvang van deze groep vreemdelingen, die hoogstwaarschijnlijk in de illegaliteit belandt. Wat heeft deze wetgeving immers voor zin als deze personen, die zeer zware misdrijven hebben gepleegd en gezien worden als een gevaar voor onze samenleving, bij het afwijzen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet direct onder toezicht worden gesteld en worden uitgezet? Deze wet gaat hier weliswaar niet over — ook bij uitzetting zal er namelijk weer een nieuwe belangenafweging moeten plaatsvinden — maar is de minister het met mijn fractie eens dat deze aanpassing in de wet op papier heel logisch lijkt, maar dat die de samenleving er in de praktijk niet veiliger op maakt als het uitzettingsbeleid achterblijft?

Daarnaast is in de Tweede Kamer bij de behandeling van deze wet een motie aangenomen van het lid Diederik van Dijk om te verkennen hoe antisemitisme als weigerings- of intrekkingsgrond zwaarder kan worden meegewogen bij de aanvraag van verblijfsvergunningen, en daarbij het Duitse voorbeeld nadrukkelijk te betrekken. De verwachting was dat de uitwerking van deze motie voor het zomerreces gedeeld zou worden. De vraag is of deze uitwerking er inmiddels is. Zo ja, kan de minister deze uitwerking dan ook delen met deze Kamer?

Voorts. De regering wenst een spoedige inwerkingtreding in verband met de noodzaak daartoe. Ook dat kan mijn fractie ondersteunen. Wel wenst mijn fractie van de minister de toezegging dat de IND deze specifieke gevallen gaat registreren en dat de IND na twee jaar middels een invoeringstoets rapporteert wat het daadwerkelijke effect is geweest van deze aanpassing in de wet en welke criminelen hierdoor inmiddels het land zijn uitgezet. Het vorige kabinet heeft de terugkeersamenwerking met landen van herkomst als hoog geprioriteerd. Immers, dit maakt de terugkeer van een criminele vreemdeling makkelijker. Kan de huidige minister toezeggen dat deze hoge prioriteit gehandhaafd blijft en dat zij de Kamer jaarlijks informeert over de resultaten van deze terugkeersamenwerking?

Voorzitter, tot slot. Mijn fractie verwacht dat we met deze minister vaker beleid gaan zien waar wij mee kunnen instemmen. JA21 verwacht van de minister een daadkrachtig optreden om de terugkeer te verzekeren van alle vertrekplichtige vreemdelingen, maar vooral ten aanzien van deze groep criminele vreemdelingen. Laten we hopen dat ze haar woorden kan omzetten in daden.

Dank u wel, voorzitter.

De heer Dittrich i (D66):

Dank voor dit interessante betoog. Ik ben het voor een groot gedeelte ook wel eens met mevrouw Van Bijsterveld, maar mijn vraag gaat over dat meten is weten. Mevrouw Van Bijsterveld vraagt de minister om een rapportage over hoe vaak het is voorgekomen, zodat we meer inzicht krijgen. Ik ben het daarmee eens en ga dat zelf ook zo vragen. Maar daar zie ik toch wel een andere aanpak dan waar de heer Van Hattem het net over had. Hij zei dat dat allemaal niet hoefde. Ik proef even een verschil tussen JA21 en de PVV ten aanzien van dit wetsvoorstel. Kunt u nog eens aangeven wat u precies qua meetinstrumenten ziet en wil krijgen om te beoordelen of deze wet een succes zal zijn?

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Dank voor deze vraag. Ik wil gelijk even iets rechtzetten, want er werd net in de zaal vooral gesproken over de strafrechtmaatregelen. Maar laat één ding heel helder zijn: als hier zware delicten worden gepleegd en iemand wordt veroordeeld — ook al is het een vreemdeling met een vergunning voor bepaalde tijd — dan wordt hij opgesloten in de gevangenis. Het is dus en-en. Die persoon wordt niet uitgezet. Nee, die persoon moet eerst zijn gevangenisstraf uitzitten. Ik heb begrepen uit de antwoorden op de vragen in het verslag dat het de bedoeling is dat deze mensen direct na hun detentie worden uitgezet, als zij inderdaad gedetineerd zijn. We weten ook dat het een relatief kleine groep is, van mogelijk twintig personen per jaar. Dan lijkt het mij toch niet zo ingewikkeld om te kunnen registreren en monitoren dat de veroordeelde mensen die onder deze wet vallen, ook uitgezet gaan worden. Als het er maar twintig zijn, dan zou ik graag daadwerkelijk boter bij de vis willen zien. Over welke mensen gaat het? Hoeveel mensen die daadwerkelijk zijn veroordeeld en die vallen binnen de bandbreedte van deze wetgeving, worden uitgezet naar hun land van herkomst?

Ik denk dat we hier veel zorgen hebben gehoord over dat deze mensen onder de radar verdwijnen en in de illegaliteit terechtkomen. Dat willen we niet. Dus die terugkeer is heel belangrijk. Ik benadruk daar opnieuw bij dat daar ook weer een individuele toets plaatsvindt. Die toetsing van proportionaliteit en evenredigheid, artikel 8 EVRM, is al beklonken, enerzijds in de individuele toets en anderzijds in de toets bij terugkeer en vertrek. Dus er wordt denk ik heel erg zorgvuldig mee omgegaan. Uitzonderingen kunnen altijd worden gemaakt, maar nogmaals, het is heel goed dat deze groep goed in beeld wordt gebracht. Dat is nu wat onze fractie betreft onvoldoende.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Bijsterveld. Dan is het woord aan mevrouw Kaljouw namens de VVD.