Verslag van de vergadering van 11 maart 2025 (2024/2025 nr. 21)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.54 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Belhirch i (D66):
Voorzitter. Opbouwen of afbreken. Dat is de keuze waar we vandaag voor staan. Nederland heeft decennialang gebouwd aan een sterk, solidair en vooruitstrevend buitenlandbeleid, waarbij ontwikkelingssamenwerking, handel, diplomatie en geopolitiek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dit beleid heeft niet alleen wereldwijd bijgedragen aan stabiliteit en welvaart, maar ook aan onze veiligheid en economische positie.
Echter, achter deze cijfers en beleidskeuzes schuilen echte mensen, gemeenschappen die afhankelijk zijn van onze steun, vrouwen en kinderen in conflictgebieden, kwetsbare groepen zoals lhbtiq+-personen en ondernemers in ontwikkelingslanden die kansen nodig hebben. Het afbouwen van deze inzet zou niet alleen schadelijk zijn voor hen, maar ook voor de internationale positie van Nederland. Het is onze verantwoordelijkheid om te investeren in een wereld die rechtvaardiger, veiliger en duurzamer is. We moeten ons niet terugtrekken op een moment waarop mondiale samenwerking harder nodig is dan ooit. Dit is niet alleen een politieke keuze, maar een morele verplichting.
Vandaag behandelen we de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Dat is niet alleen van belang vanwege de aanzienlijke bezuinigingen die dit jaar al worden doorgevoerd, maar ook omdat we hiermee een doorkijk krijgen naar de meerjarenbegroting en de gevolgen op lange termijn. Artikel 90 van onze Grondwet verplicht Nederland zich in te zetten voor de internationale rechtsorde, vrede, veiligheid en het bevorderen van mensenrechten. Dit is geen vrijblijvende ambitie, maar een fundamentele opdracht, die diepgeworteld is in onze democratische waarden en internationale positie.
Toch breekt deze begroting af wat generaties zorgvuldig hebben opgebouwd. Dit kabinet kiest niet voor bouwen, maar voor afbreken. Twee weken geleden ontvingen wij een petitie van Partos, een koepelorganisatie van meer dan 100 maatschappelijke organisaties die ontwikkelingswerk doen. Op een van die kaartjes schrijft Mariam Cisst, een boerin uit Senegal, het volgende: "Mijn zes maanden oude dochter Amy herstelde van ernstige ondervoeding dankzij voedselhulp. Ik heb geen woorden voor de vreugde die ik die dag voelde. Met de kennis die ik nu heb, voel ik me sterker dan ooit."
Door structureel te investeren in ontwikkelingssamenwerking hebben we wereldwijd levens gered. Dankzij internationale inspanningen, waaraan Nederland substantieel heeft bijgedragen, is polio in 123 landen uitgebannen, zijn sinds 1990 jaarlijks 47 miljoen mensen ontsnapt aan extreme armoede en is kindersterfte gehalveerd.
Maar dit kabinet kiest ervoor om bijna 300 miljoen euro te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Kijkend naar de meerjarenbegroting wordt het beeld nog zorgwekkender. In 2026 loopt het op naar 550 miljoen euro. Vanaf 2027 wil deze regering zelfs 2,4 miljard structureel bezuinigen. In totaal wordt er 10 miljard euro gekort op uitgaven die de meest kwetsbaren beschermen en tegelijkertijd onze internationale positie versterken.
Daarnaast laat het kabinet de koppeling tussen ODA-budget en het bni verder los. Daarmee schendt het kabinet internationale afspraken en schaadt het de reputatie van Nederland. Dit betekent bovendien een dubbele bezuiniging, zowel door de ontkoppeling als door het achterblijven van inflatiecorrectie. Is de minister bereid zich hard te maken voor herstel van deze koppeling?
Voorzitter. Inmiddels zijn de contouren van de strategie bekend: doen wat goed is voor Nederland. Maar wat is de visie van de minister op ontwikkelingssamenwerking? Hoe verhoudt die zich tot de Nederlandse traditie als koploper in een integraal buitenlandbeleid?
Alleen al de bezuinigingen in 2025 betekenen dat een miljoen boeren geen steun meer krijgen en 200.000 mensen in landen als Niger niet meer bereikt worden en verder ondervoed raken, met desastreuze gevolgen. Weet de minister wat de impact is van deze bezuinigingen? Heeft ze deze in kaart gebracht? Hoeveel levens worden hiermee in gevaar gebracht?
Kindersterfte en extreme armoede zijn niet alleen tragedies op zichzelf. Ze zijn ook voortekenen en oorzaken van conflict. Achter deze cijfers schuilen miljoenen mensen: ouders die hun kinderen zien lijden en gemeenschappen die door droogte en geweld worden ontwricht. Armoedebestrijding voorkomt conflicten, versterkt landen en vergroot stabiliteit. Door te investeren in ontwikkelingssamenwerking bouwen we niet alleen aan een rechtvaardigere wereld, maar ook aan een veilig Nederland. Dat is goed voor onze economie en voor onze welvaart. Minder ontwikkelingssamenwerking betekent meer conflict, meer instabiliteit en meer migratie. Dit raakt niet alleen de landen die directe steun mislopen, maar heeft ook gevolgen voor Nederland zelf. Instabiliteit in kwetsbare regio's dwingt mensen tot wanhoop en migratie, vergroot geopolitieke spanningen en zorgt voor economische onzekerheid, die uiteindelijk ook ónze samenleving raakt.
Internationale solidariteit is niet alleen een kwestie van moraliteit, maar ook een strategische noodzaak, om mondiale problemen op te lossen die ons direct beïnvloeden, zoals klimaatadaptatie. Zonder internationale samenwerking zullen de gevolgen van klimaatverandering ongecontroleerd toenemen, met rampen, voedseltekorten en toenemende migratie als gevolg. Hoe rijmt de minister haar beleid met de ambitie van dit kabinet om migratie te beperken? Hoe gaat zij met minder middelen bijdragen aan de internationale rechtsorde en het beschermen van fundamentele mensenrechten?
Voorzitter. Investeren in ontwikkelingssamenwerking is een economische vanzelfsprekendheid. Uit onderzoek blijkt dat van elke euro die Nederland investeert in bilaterale samenwerking €0,70 tot €0,90 terugvloeit naar onze eigen economie. Dit zorgt voor stabiele en nieuwe afzetmarkten en voor economische groei. Ontwikkelingsgelden zijn internationale publieke investeringen in sectoren die cruciaal zijn voor stabiliteit en ontwikkeling van een land. Hoe ziet de minister de rol van ontwikkelingssamenwerking in het creëren van nieuwe markten en van stabiliteit?
Een stabiele economie en een stabiele samenleving vormen de basis voor een sterke aansluiting van lokale markten op de wereldhandel. Ontwikkelingsgelden die via ambassades worden ingezet leveren niet alleen humanitaire voordelen op, maar ook diplomatiek dividend. Zoals de heer Kuijper tijdens de hoorzitting benadrukte, biedt de aanwezigheid van Nederland in deze sectoren strategische invloed op macroniveau. Dit is cruciaal voor onze diplomatieke positie en voor het Nederlandse bedrijfsleven. Nederland heeft baat bij een sterke rol in de wereld. Ontwikkelingssamenwerking en handel versterken elkaar. Dit is niet alleen een kwestie van solidariteit. Het is een investering in stabiliteit, in onze veiligheid en in onze welvaart.
Als handelsland moet Nederland investeren in innovatie en in nieuwe markten. Impactfinanciering en samenwerking met de financiële sector bieden alternatieven voor bezuinigingen. Kan de minister aangeven wat haar visie is op impactfinanciering? Ziet zij het belang van internationale financiële instellingen en de rol die Nederland hierin speelt? Is zij bereid om onze relatief sterke positie in impactfinanciering en in multilaterale instellingen verder uit te bouwen?
Terwijl landen als China en Rusland grootschalig investeren in Afrika en Latijns-Amerika trekt Nederland zich terug. Dit ondermijnt niet alleen onze diplomatieke invloed, maar plaatst ook onze bedrijven op achterstand in de wereldhandel. Hoe ziet de minister de rol van Nederland in de concurrentiestrijd om grondstoffen, handelsroutes en afzetmarkten? Hoe garandeert zij dat Nederlandse bedrijven niet de dupe worden van deze terugtrekkende beweging?
Hoe ziet de minister ontwikkelingssamenwerking als strategisch instrument binnen het bredere buitenlandbeleid en in het bijzonder op handel? En hoe ziet de minister de strategische rol van Nederland in multilaterale instellingen zoals de Wereldbank, ook in het licht van de groeiende rol van China? Door te investeren in stabiele economieën vergroten we niet alleen de koopkracht van lokale gemeenschappen, maar creëren we ook nieuwe kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven en voor de export. Ook beschermen we onze eigen welvaart en onze koopkracht.
Voorzitter. Het maatschappelijk middenveld speelt al decennia een sleutelrol in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid, met een focus op voedselzekerheid, schoon drinkwater, gezondheid en mensenrechten. Vanaf 2026 worden deze organisaties zwaar getroffen door de bezuinigingen. Dit raakt niet alleen internationale partners, maar ook Nederlandse organisaties, die cruciaal bruggen slaan tussen burgers, overheid en internationale samenwerking. D66 vreest dat deze bezuinigingen vooral kleinere organisaties treffen die dicht bij lokale gemeenschappen staan en essentieel werk verrichten. Hoe voorkomt de minister dat de verhoging van het drempelcriterium naar 50% eigen financiering hen uitsluit? Valt onder deze 50% ook financiering vanuit rijksdepartementen, of slechts privaat geld?
De minister stelt ontwikkelingsgeld direct te willen besteden aan hulp ter plaatse, zonder tussenkomst van maatschappelijke organisaties. Deze beschikken echter over onmiskenbare kennis en netwerken. Hoe wil de minister ontwikkelingsgeld effectief besteden zonder deze expertise? Wat betekent dit voor de effectiviteit en voor de risico's op inefficiënte besteding? Als de minister directe besteding aan hulp ter plaatse beoogt, waarom besluit de minister dan om het effectieve Leading from the South-programma stop te zetten? Daarmee worden via lokale vrouwenfondsen bijvoorbeeld honderden vrouwen beschermd tegen femicide.
Voorzitter. De gevolgen van deze keuzes strekken verder dan Nederland. De terugtrekking van de VS uit ontwikkelingssamenwerking zet de sector wereldwijd onder druk. Het wegvallen van USAID, de grootste ontwikkelingsorganisatie ter wereld, betekent dat miljoenen mensen geen toegang meer hebben tot basisvoorzieningen. In plaats van in te grijpen kiest dit kabinet ervoor om zich terug te trekken. Hoe ziet de minister de rol van Nederland in het beperken van de gevolgen van deze wereldwijde terugtrekking? De minister gaf in de schriftelijke beantwoording aan dat de gevolgen in kaart worden gebracht. Wanneer kunnen wij de uitkomsten verwachten?
En dan het absolute dieptepunt. Terwijl de VS zich terugtrekken, laat Nederland vrouwen, meisjes en lhbtiq+-personen, die wereldwijd strijden voor hun rechten, in de steek. Nederland liet eerder met SheDecides zien dat leiderschap in SRGR levens redt. Waarom laat deze minister deze verantwoordelijkheid nu vallen? De minister stelt dat dit kabinet staat voor mensenrechten, vrouwenrechten en lhbtiq+-rechten. Maar de werkelijkheid laat iets anders zien. Het merendeel van de financiering op dit terrein wordt stopgezet. Hele beleidsartikelen verdwijnen. Opkomen voor vrouwen, meisjes en lhbtiq+-personen is geen symbolisch gebaar. Het is een fundamentele noodzaak. Gelijke rechten en gelijke kansen versterken samenlevingen en dragen bij aan stabiliteit en ontwikkeling, ook in ons eigen belang. Wat is de impact van het schrappen van beleidsartikel 3.2 op de positie van vrouwen, meisjes en lhbti+-personen? Hoe verwacht het kabinet nog uitvoering te kunnen geven aan de doelstellingen van het EU Gender Action Plan en bindende internationaalrechtelijke en verdragsmatige verplichtingen, zoals het VN-Vrouwenverdrag, de Istanbul-Conventie en VN-Veiligheidsresolutie 1325?
Daarnaast rijst de vraag of de minister bij het schrappen van financiering op verschillende beleidsartikelen de impact en consequenties in kaart heeft gebracht. Wat gebeurt er met projecten waar Nederland de leiding had? Wordt ervoor gezorgd dat de bereikte vooruitgang behouden blijft en dat middelen besteed zijn? Dit is niet alleen een kwestie van beleid, maar van goed bestuur.
Ook humanitaire hulp wordt getroffen. In tijden van crisis, zoals in Oekraïne, Congo, Sudan en Gaza, is noodhulp cruciaal. De minister bezuinigt op een moment waarop de wereld in brand staat. Welke alternatieven ziet zij voor humanitaire hulp in conflictgebieden? Houdt de minister ruimte voor geld voor wederopbouw in Gaza en Oekraïne?
Voorzitter, ik rond af. Dit kabinet kiest voor afbraak in plaats van opbouw, voor terugtrekking in plaats van leiderschap, voor kortzichtig besparen in plaats van investeren in onze toekomst. Internationale solidariteit is niet vrijblijvend. Het is een morele en strategische noodzaak.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Belhirch. Dan is het woord aan mevrouw Van Toorenburg, van het CDA.