Plenair Karimi bij behandeling Begrotingen Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2025



Verslag van de vergadering van 11 maart 2025 (2024/2025 nr. 21)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 22.30 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Karimi i (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Allereerst dank aan de minister voor de antwoorden. De minister houdt vast aan de afspraak om 2,4 miljard te bezuinigen en voert die zonder enige twijfel ook uit. Maar waar staat ze werkelijk voor? Haar voorgangers spraken er vaak over dat ze zichzelf in de Trêveszaal zagen als de stem van de allerarmsten — het kabinet zit nu niet meer in de Trêveszaal, maar in het Catshuis — maar helaas kan ik dat van deze minister niet zeggen. Haar meest uitgesproken commitment was slechts — ik citeer — "we verliezen het belang van de allerarmsten niet uit het oog". Dat is natuurlijk wel het minimale.

Voorzitter. De minister zei dat het om meer gaat dan alleen geld. Dat klopt. Een bezuiniging van 300 miljoen, die natuurlijk voor 2025 al op de agenda staat — dit zeg ik nadrukkelijk tegen de heer Van Ballekom — betekent echt heel veel. Ik citeer uit de brief die we van UNICEF hebben gekregen. Daarin zeggen ze: "300 miljoen euro minder financiering betekent dat UNICEF 300 miljoen minder waterzuiveringstabletten kan inkopen. Daardoor kunnen we zo'n 200 miljoen kinderen, getroffen door een crisis en afgesloten van schoon water, niet voorzien van schoon water." Dat is heel concreet. Zo gaat het eigenlijk door. Bijvoorbeeld: "Met 6 miljoen euro minder kan UNICEF zo'n 12 miljoen minder kinderen van vaccinatie tegen de mazelen voorzien." Het is dus heel concreet. 300 miljoen is ongelofelijk veel geld.

Dat westerse landen, met de VS voorop, hun steun fors verminderen, is voor deze minister blijkbaar geen zorg. Overal wordt bezuinigd, maar er is bij deze minister geen enkel gevoel van urgentie voor de immense uitdagingen waarmee de wereld te maken heeft: de klimaatcrisis, extreme armoede, conflicten, oorlogen en humanitaire rampen. De visie blijft, nogmaals, beperkt tot: ik voer uit wat is afgesproken en probeer het netjes te doen. Daarmee moeten we het dan doen.

Ik zal de links van de onderzoeken over gebonden hulpen de relatie met corruptie aan de minister doen toekomen.

Voorzitter. De inzet van de minister om de koppeling tussen het bni en het ontwikkelingssamenwerkingsbudget te herstellen, is niet helder geworden. Haar mantra was: dat wordt in de Voorjaarsnota integraal beoordeeld. De politieke vraag aan het CDA en de SGP is nu, gezien hun stevige inbreng in de eerste termijn, wat zij gaan doen met deze begroting. Daar is mijn fractie natuurlijk zeer benieuwd naar. Ik hoop dat die collega's er in de tweede termijn duidelijkheid over kunnen geven.

Nederland had een sterke positie binnen multilaterale organisaties, maar niet dankzij deze minister of dit kabinet. Dat Nederland nog steeds relevant zou blijven, is meer wensdenken dan realiteit. Het is zeer naïef. De invloed van China, de Arabische Golfstaten en Rusland binnen deze organisaties zal toenemen.

Voorzitter. Tijdens het begrotingsdebat in de Tweede Kamer werden 23 moties ingediend. Bij het tweeminutendebat over de samenwerking met maatschappelijke organisaties werden nog eens 15 moties ingediend. Ik zou hier ook vele moties kunnen indienen om de afbraak te repareren, maar ik laat dat over aan collega's in de Tweede Kamer. Die debatteert donderdag over de beleidsbrief van de minister.

Wel is duidelijk dat het budgetrecht van deze Kamer van groot belang is. De koppeling tussen het bni en het OS-budget is zeer relevant voor mijn fractie. Daar hebben wij met een brede groep een motie over. Die zal collega Huizinga indienen.

Daarnaast vindt mijn fractie de disproportionele bezuinigingen op maatschappelijke organisaties onacceptabel. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onafhankelijke evaluaties, waaronder die van IOB, aantonen dat maatschappelijke organisaties effectief bijdragen aan Nederlandse ontwikkelingsdoelen en bewezen een efficiënt kanaal zijn voor de besteding van ODA-middelen;

constaterende dat in de afgelopen jaren gemiddeld 25% van de ODA-middelen via maatschappelijke organisaties is besteed;

constaterende dat de minister in haar brief van 11 november jongstleden forse en disproportionele bezuinigingen op het maatschappelijk middenveld aankondigt;

overwegende dat het behoud van kennis en netwerken essentieel is en duidelijkheid over toekomstige financiering noodzakelijk;

verzoekt de regering om minimaal 25% van het ODA-budget via maatschappelijke organisaties te blijven besteden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Karimi, Belhirch, Van Apeldoorn, Hartog, Koffeman en Van der Goot.

Zij krijgt letter H (36600-XVII).

Dank u wel, mevrouw Karimi. Dan geef ik nu het woord aan de heer Hartog namens Volt.