Verslag van de vergadering van 25 maart 2025 (2024/2025 nr. 23)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 22.29 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Talsma i (ChristenUnie):
Dank u zeer, voorzitter. Ik begon mijn eerste termijn met een verwijzing naar de eerste minister van Onderwijs, minister De Visser. Ik keer nog even naar hem terug. In een terugblik op zijn werk als minister schreef de Haagsche Courant: "In kringen van andersdenkenden verwierf hij zich de sympathie van velen." De beantwoording door de minister, en overigens ook door de staatssecretaris, was mijn fractie sympathiek. Ik dank hen voor de wijze van antwoorden en ik dank hen ook voor de manier waarop ze met de vragen van de Kamer, en van mijn fractie in het bijzonder, zijn omgegaan. Dat laat onverlet dat we op het punt van rechtmatigheid vooralsnog wel anders denken. Maar de sympathie van velen, in dit geval drie leden van de ChristenUniefractie, hebt u zich wel verworven door de beantwoording. Dank daarvoor.
Vervolgens schrijft de Haagse Courant over de minister: "Zo handelend wist hij te verenigen wat anders in hopeloze verbrokkeling zou zijn uiteengevallen." Nu wil ik niet alle parallellen met De Visser op deze minister plakken, maar een beetje verbrokkeld zijn we nu wel, want we gaan opeens aan een derde termijn over de rechtmatigheid beginnen. Eerlijk is eerlijk, dat had van mijn fractie niet per se gehoeven, temeer omdat van die 30 bladzijden er uiteindelijk maar 7 echt bedrukt zijn. Eerlijk gezegd, zou ik met veel plezier nu nog aan die termijn beginnen, maar dat is een achterhoedegevecht. We komen daar dus op terug. Dat betekent ook dat ik er nu niet te veel over ga zeggen.
Ik ga er wel nog twee vragen uit halen die voorafgaan aan de rechtmatigheidsdiscussie die we hopelijk volgende week met elkaar hebben. Die twee vragen stonden nog open. De eerste vraag is: wat zijn de consequenties voor de voorgestelde begroting — graag een rond getal — als de bestuursakkoordpartners met succes nakoming zouden vorderen van de gemaakte afspraken die nu door de regering niet worden nagekomen? Wat is het concrete gevolg daarvan? Over hoeveel euro's praten we dan? De tweede vraag is: hoe denkt de minister met diezelfde partners weer tot afspraken te kunnen komen als de bindendheid van een akkoord, zoals in mijn eerste termijn heb genoemd "een kwestie van dagkoersen" wordt? Ik begrijp dat de regering van plan is om met diezelfde partners opnieuw tot afspraken te komen. Dat lijkt me best ingewikkeld als die afspraken op deze manier ter discussie staan.
Voorzitter. Ik dank de minister oprecht voor de stukken die hij ons heeft toegestuurd. Ik wil ook niet het rupsje-nooit-genoeg van de Eerste Kamer worden. Die termijn, dat geloof ik eerlijk gezegd wel, zeker als ik het zo doorlees. Maar voor mijn fractie is het belangrijkste punt nog steeds de vraag — we komen daar volgende week wel op terug — waaruit nu kan blijken dat de Staat niet de bedoeling heeft gehad om bindende afspraken te maken. Ik vraag de minister toch nog eens een keer goed naar de tekst van het bestuursakkoord te kijken. Ik vraag hem te kijken welke afspraken daarin staan en welke ruimte de tekst van dat bestuursakkoord biedt om daarvan af te wijken op de manier zoals de regering zich dat nu voorneemt. In die zin kijk ik uit naar het debat van volgende week, maar ik hoop ook dat we dan tot een afronding kunnen komen. Misschien is dat verbrokkeld en wel, maar toch met de sympathie van velen.
Dank u zeer.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Talsma. Dan is het woord aan mevrouw Geerdink namens de VVD.