E210006
Laatste revisie: 16-09-2021

E210006 - Commissiemededeling: Evaluatie van het handelsbeleid



De Europese Commissie presenteerde op 18 februari 2021 een Mededeling waarin zij haar handelspolitieke strategie voor de komende jaren uiteenzet. De strategie omvat een reeks kernacties die erop gericht zijn de mondiale handelsregels te versterken en bij te dragen aan het economisch herstel van de EU.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 14 september 2021 besloot de commissie, op verzoek van de fractie van GroenLinks, om op 28 september 2021 inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg.

Europees

Het Voorzitterschap streefde ernaar om tijdens de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 20 mei 2021 Raadsconclusies aan te nemen (21.501-02, CT). Echter bleek dat lidstaten nog uiteenlopende posities hadden over open strategische autonomie in relatie tot het EU-handelsbeleid, de rol van het Parijs klimaatakkoord in EU-handelsakkoorden, en verwijzing naar handelsrelaties met derde landen evenals lopende onderhandelingen. De conclusies konden daarom nog niet worden aangenomen. De komende tijd wordt duidelijk of en onder welk Voorzitterschap van de Raad de besprekingen worden voortgezet (21.501-02, DC).


Kerngegevens

volledige titel

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Evaluatie van het handelsbeleid – Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid

document Europese Commissie

COM(2021)66PDF-document, d.d. 18 februari 2021

commissie Eerste Kamer


Behandeling Eerste Kamer

Op 14 september 2021 besloot de commissie, op verzoek van de fractie van GroenLinks, om op 28 september 2021 inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg.

Op 20 juli 2021 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een antwoord op de brief van 14 juni 2021 en werd het verslag schriftelijk overleg vastgesteld (EK, D). De commissie bespreekt dit op 14 september 2021.

Op 5 augustus 2021 stuurde de Europese Commissie een antwoord (EK, C) op de brief met vragen van 16 juni 2021. De commissie bespreekt dit op 14 september 2021.

Op 16 juni 2021 is de brief met vragen van de fracties van GroenLinks en de Partij voor de Dieren (EK, B) verstuurd aan de Europese Commissie in het kader van de politieke dialoog.

Op 14 juni 2021 werd de brief met vragen en opmerkingen van de fracties van CDA, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie en Partij voor de Dieren verstuurd aan de minister van Buitenlandse Zaken.

Op 1 juni 2021 leverden de fracties van CDA, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie en Partij voor de Dieren inbreng voor schriftelijk overleg.

Op 25 mei 2021 besloot de commissie inbreng voor schriftelijk overleg aan te houden totdat het conceptverslag van het commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken Handel, dat op 18 mei 2021 plaatsvond in de Tweede Kamer, beschikbaar is.

Op 6 april 2021 besloot de commissie het voorstel in behandeling te nemen en op 25 mei 2021 inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met de regering en de Europese Commissie.

Op 2 april 2021 is het BNC-fiche (EK, A) naar de Kamer verzonden.

Op 23 februari 2021 besloot de commissie het BNC-fiche af te wachten.


Behandeling Tweede Kamer

Op 5 juli 2021 ging de commissie BuHa-OS in gesprek met de Eurocommissaris van Handel. Onder andere het voorstel voor de evaluatie van het handelsbeleid kwam aan bod.

Op 18 mei 2021 voerden de commissies BuHa-OS en EUZA een commissiedebat met de minister voor BHO over het BNC-fiche over het voorstel. Op 10 juni 2021 werd het verslag vastgesteld (21.501-02, 2353).

Op 17 mei 2021 sprak de commissie BuHa-OS met de EU Chief Trade Enforcement Officer.

Op 15 april 2021 besprak de commissie BuHa-OS het voorstel en bijbehorend BNC-fiche. De commissie besloot de Eurocommissaris van Handel en de Chief Trade Enforcement Officer uit te nodigen voor een gesprek. Daarnaast besloot zij het BNC-fiche te agenderen voor het commissiedebat op 18 mei 2021 over de Raad Buitenlandse Zaken Handel.

Naar aanleiding van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 2 maart 2021 stelde de commissie voor BuHa-OS enkele vragen aan de minister voor BHO over het voorstel. Op 1 maart 2021 stuurde de minister een antwoord (21.501-02, 2297). In het schriftelijk overleg wordt onder andere ingegaan op de strategische autonomie van Europa, de WTO, de oprichting van een multilateraal investeringshof (MIC), en handelsgeschillen met de VS.


Standpunt Nederlandse regering

In het BNC-fiche (EK, A) van 2 april 2021 geeft het kabinet aan dat het positief is over het voorstel, omdat het kan bijdragen aan de adressering van uitdagingen als de groene en digitale transities en de COVID-19 pandemie. Volgens het kabinet is het voor Nederland essentieel dat via het Europees handelsbeleid de voordelen van het internationaal handelsstelsel behouden blijven. 'Open strategische autonomie' ziet het kabinet dan ook niet als een doel op zich, maar als een manier om de EU weerbaar te maken. Daarnaast moet het EU-handelssysteem volgens het kabinet bijdragen aan een mondiaal gelijker speelveld, de kansen voor het Europees bedrijfsleven vergroten, ongewenste eenzijdige afhankelijkheden tegengaan en een duurzaam herstel bevorderen. Verder zou de EU, volgens het kabinet, haar handelsbeleid effectiever kunnen inzetten in het buitenlandsbeleid.

Het Frans-Nederlandse non-paper vormt een belangrijk deel van de Nederlandse inzet op effectieve handhaving van afspraken in handelsakkoorden (zie 21.501-20, 1541PDF-document). Daarnaast steunt het kabinet de EU-inzet op het gebied van handel en gender (zie 21.501-02, 2238PDF-document), maar vindt het dat het voorstel op dit gebied ambitieuzer had kunnen zijn. Een verdere toelichting op de kabinetsprioriteiten is te lezen in de brief die hierover naar de Tweede Kamer is verzonden (zie 21.501-02, 2197).

De EU heeft een exclusieve bevoegdheid op het terrein van gemeenschappelijke handelspolitiek. Daarom beoordeelt het kabinet de bevoegdheid van de EU voor het voorstel positief, en is het subsidiariteitsbeginsel volgens het kabinet niet van toepassing. Ook staat het kabinet positief tegenover de proportionaliteit van het voorstel.

De EU-lidstaten hebben verschillende prioriteiten als het gaat om de herziening van het handelsbeleid, zoals verduurzaming of de handhaving van handelsafspraken. Een aantal lidstaten waarschuwt dat de veelheid aan doelstellingen in handelsakkoorden niet het vermogen van de EU om deze akkoorden te sluiten moet afzwakken. Ook binnen het Europees Parlement bestaan verschillende prioriteiten.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

De Europese Commissie presenteerde op 18 februari 2021 een Mededeling (COM(2021)66PDF-document) waarin zij haar handelspolitieke strategie voor de komende jaren uiteenzet. De strategie omvat een reeks kernacties die erop gericht zijn de mondiale handelsregels te versterken en bij te dragen aan het economisch herstel van de EU. Eén van de kerndoelen van deze nieuwe strategie is om herstel van de Europese economie post-COVID-19 te bevorderen en om hervormingen in lijn met de Green Deal en de Europese digitaliseringsstrategie te ondersteunen. Via het EU-handelsbeleid wil de Commissie ook verder inzetten op multilaterale afspraken en internationale samenwerking voor een duurzamere en eerlijkere globalisering. Tegelijkertijd wil de Commissie het vermogen van de EU vergroten om, wanneer geconfronteerd met oneerlijke handelspraktijken, haar belangen na te streven en rechten af te dwingen - waar nodig unilateraal via de inzet van handelsinstrumenten.


Behandeling Raad

Het Voorzitterschap streefde ernaar om tijdens de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 20 mei 2021 Raadsconclusies aan te nemen (21.501-02, CT). Echter bleek dat lidstaten nog uiteenlopende posities hadden over open strategische autonomie in relatie tot het EU-handelsbeleid, de rol van het Parijs klimaatakkoord in EU-handelsakkoorden, en verwijzing naar handelsrelaties met derde landen evenals lopende onderhandelingen. De conclusies konden daarom nog niet worden aangenomen. De komende tijd wordt duidelijk of en onder welk Voorzitterschap van de Raad de besprekingen worden voortgezet (21.501-02, DC).

Op 2 maart 2021 heeft de Raad Buitenlandse Zaken Handel gesproken over het voorstel (21.501-02, 2300). Er was brede steun onder de lidstaten voor het voorstel. De meeste lidstaten benadrukten het belang van samenwerking met de VS. Verschillende lidstaten waren van mening dat de EU niet alle mondiale uitdagingen via het handelsbeleid kan oplossen. De EU moet volgens deze landen zoeken naar een balans, waarbij zij niet het vermogen verliest om handelsakkoorden te sluiten. In aanloop naar de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 20 mei 2021 bereiden de lidstaten gezamenlijk de Raadsconclusies voor.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

De commissie Internationale handel (INTA) van het Europees Parlement behandelt het voorstel. De commissies voor Buitenlandse zaken (AFET), Ontwikkelingssamenwerking (DEVE), Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (ENVI), Industrie, onderzoek en energie (ITRE), Interne markt en consumentenbescherming (IMCO) en Juridische zaken (JURI) zijn ingesteld als adviescommissies.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

Op 20 april 2021 nam de commissie voor Industrie en Handel van de Zweedse Riksdag een standpuntPDF-document in over het voorstel.


Alle bronnen