28.017

Novelle Strafbaarstelling van het niet afleggen van toegezegde getuigenverklaringen



Dit wetsvoorstel is een novelle op Toezeggingen aan getuigen in strafzaken (26.294). Het voorstel wijzigt het Wetboek van Strafrecht en beoogt de strafbaarstelling van de wettelijk opgeroepen getuige die, na de totstandkoming van een afspraak met de officier van justitie, opzettelijk niet voldoet aan zijn verplichting om te "verklaren".

Bij de stemming door de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Toezeggingen aan getuigen in strafzaken (26.294) is de bepaling over deze strafbaarstelling verworpen. Met onderhavig wetsvoorstel wordt hier alsnog in voorzien.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel is op 5 oktober 2004 aangenomen door de Tweede Kamer. SP, D66, VVD, CDA, LPF, Groep Wilders en SGP stemden voor.

De plenaire behandeling is op 8 maart 2005 geschorst in afwachting van een brief van de minister. De voortzetting van de plenaire behandeling vond plaats op 10 mei 2005. Het voorstel is op die datum zonder stemming aangenomen. De fractie van de PvdA is daarbij aantekening verleend.

De behandeling vond gezamenlijk plaats met het oorspronkelijke wetsvoorstel Toezeggingen aan getuigen in strafzaken (26.294)


Kerngegevens

ingediend

24 september 2001

titel

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het niet afleggen van een getuigenverklaring na een daartoe strekkende toezegging

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

  • minister van Justitie

inwerkingtreding

Indien het bij koninklijke boodschap van 17 november 1998 ingediende voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot verklaringen van getuigen die in ruil voor een toezegging van het openbaar ministerie zijn afgelegd (toezeggingen aan getuigen in strafzaken) (26 294) tot wet is verheven, treedt deze wet in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat niet ligt voor het tijdstip waarop onderdeel D van artikel II van die wet in werking treedt


Documenten

13