Eerste Kamer kritisch over plusregio's



De Eerste Kamer is kritisch gestemd over de instelling van zogenoemde 'plusregio's'; regio's met verplichte samenwerkingsverbanden tussen gemeenten rond grote steden voor de aanpak van de opgaven op het gebied van wonen, verkeer en vervoer, werken en stedelijk groen. Dit blijkt uit de voorbereiding voor het plenaire debat van de senaat over de Wijzigingswet Wet gemeenschappelijke regelingen dat dinsdag 15 november 2005 wordt gehouden. Die dag behandelt de Eerste kamer ook het wetsvoorstel over de gewone Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Volgens dit voorstel wordt de Wgr in essentie teruggebracht tot een wettelijk kader voor de vrijwillige samenwerking voor de uitvoering van lokale taken tussen gemeenten in niet grootstedelijke gebieden.

Plusregio's en provincies

Als gevolg van een amendement van de Tweede Kamer krijgen gemeenten rond grote steden de mogelijkheid om zich te onttrekken aan deelname aan een plusregio. De zaak is gecompliceerder geworden door een brief van het Interprovinciaal Overleg (de koepel van de gezamenlijke provincies), dat aandringt op het inbouwen van een herbezinningsmoment voor gemeenten die willen uittreden uit een plusregio. Uiteindelijk moeten provincies kunnen bepalen of gemeenten wel of niet meedoen aan een plusregio, vindt het IPO.

Democratische legitimatie

De PvdA-fractie in de Eerste Kamer hikt aan tegen het gebrek aan democratische legitimatie van de nieuwe plusregio. Ook vindt de PvdA de rolverdeling tussen de verschillende bestuurslagen (rijk, provincie, plusregio en gemeente) op het gebied van de ruimtelijke ordening onduidelijk. Dit zou de rechtsbescherming van de burger niet ten goede komen. De PvdA voorziet nachtmerrieachtige zoektochten van burgers als zij bezwaar willen maken tegen een bestemmingsplan.

Regionaal maatwerk

De VVD-fractie omarmt het amendement van partijgenoot Van Beek uit de Tweede Kamer dat de mogelijkheid van regionaal maatwerk opent doordat gemeenten de vrijheid krijgen om wel of niet aan een plusregio mee te doen. De liberalen vragen minister Remkes van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dan ook met nadruk wat hij van de suggestie van het IPO vindt om een herbezinningsmogelijkheid in te lassen. De VVD wil een horizonbepaling in de Wgr-plus om daarmee het tijdelijke karakter van de plusregio te onderstrepen. De regering heeft immers aangekondigd in de loop van 2006 met een notitie te komen over het middenbestuur, waarin ook de positie van provincies en gemeenten aan de orde komt.

Stadsprovincie

GroenLinks vindt dat de regering via de plusregio als het ware de 'stadsprovincie' van weleer via de achterdeur weer invoert. Deze fractie vindt het onzin dat de regering de plusregio een hulpstructuur noemt, terwijl vanuit zo'n regio belangrijke beleidsbeslissingen worden genomen en ook voorschriften aan gemeenten gegeven kunnen worden.

Rolverdeling

De fractie van D66 is blij dat er een nieuw debat komt over de organisatie van het decentrale bestuur. Naar aanleiding van de huidige Wgr-voorstellen wil D66 weten hoe de rolverdeling tussen provincie en regio is bij de ruimtelijke ordening. D66 wijst erop dat de positie van de provincie in relatie tot de plusregio wel eens verzwakt zou kunnen worden. Over het wel of niet deelnemen van gemeenten aan een plusregio zou uiteindelijk de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties moeten beslissen, vindt D66.

Vraagtekens

Ook het CDA zet vraagtekens bij de bevoegdheids- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen provincies en de plusregio's, met name op het terrein van de ruimtelijke ordening. Dat is een van de belangrijkste redenen om over te gaan tot het instellen van een plusregio, maar juist op dat terrein geeft het wetsvoorstel geen duidelijke afbakening, vindt het CDA. Verder heeft deze fractie moeite met het in hun ogen onduidelijke artikel over welke gemeenten wel en welke niet in aanmerking komen voor deelname aan een plusregio. De minister rept in zijn wetsvoorstel over 'in beginsel die gebieden die behoren tot de zogeheten G30-gemeenten'. Betekent dat dat de minister niet verder wil gaan dan die gebieden of heeft hij juist willen aangeven dat gemeenten buiten die G30 ook kansrijk zijn(?), zo wil het CDA van de minister weten.


Deel dit item: