T00303

Toezegging bij begrotingsstaat ocw – beleidsdebat cultuur 1



De staatssecretaris zegt toe met spoed te zullen laten uitzoeken welke gevaren dreigen voor de opgravingen op de site Dorestad, indien niet op korte termijn een besluit wordt genomen over wie de opdracht krijgt deze opgravingen te verrichten.


Kerngegevens

Nummer T00303
Oorspronkelijke nummer tz_CULT_2006_3
Status voldaan
Datum toezegging 14 februari 2006
Deadline 1 januari 2007
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris II van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Commissie commissie voor Cultuur
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Kamerstukken Begrotingsstaat Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2006 (30.300 VIII)


Uit de stukken

Handelingen Eerste Kamer 2005 – 2006, 18 – 879

Blz. 903

(…)

Staatssecretaris Van der Laan:

(…)

De heer Van Raak heeft vragen gesteld over de opgravingen van Dorestad. Er zou een claim voor die opgravingen zijn.

(…)

De heer Van Raak (SP): Ik ken het interim-beleid. Ik weet hoe de nieuwe Monumentenwet er wellicht gaat uitzien. Daarover komen wij nog te spreken, maar wij hebben nu te maken met de site Dorestad. Ik weet zeker dat het de belangrijkste site in Nederland is. De Universiteit van Amsterdam eist een preferente positie. Het probleem is nu dat nog niet duidelijk is of de Universiteit van Amsterdam inderdaad een preferente positie krijgt. Met het nieuwe monumentenbeleid zou die universiteit die moeten kunnen krijgen, maar met het interim-beleid is op dit punt niets geregeld. Daarom is mijn vraag: krijgt de Universiteit van Amsterdam deze positie? Als zij die krijgt, hoe moet zij dan opgraven? Zij heeft namelijk geen opgravingsbudget.

(…)

Die kwestie is nu aan de orde en eigenlijk moeten wij nu op deze vragen een antwoord krijgen. Over de wet gaan wij het maanden later hebben.

Staatssecretaris Van der Laan: Ik ken deze casus niet zo goed dat ik diepgaand zou kunnen antwoorden. In het algemeen kan ik melden dat zolang het wetsvoorstel niet van kracht is, ook van het artikel over de preferente positie geen gebruik kan worden gemaakt. In dat licht kan ik het verzoek van de Universiteit van Amsterdam niet honoreren. Het wetsvoorstel is namelijk nog niet aangenomen. De UvA kan wel net als andere vergunninghouders en als andere archeologische bedrijven meedingen naar een opdracht voor een archeologische opgraving. Die mogelijkheid blijft bestaan. Helaas kan ik thans niet meer over deze casus zeggen. Ik weet er namelijk niet voldoende van. Mijn ambtenaren en de heer Van Raak weten er waarschijnlijk alles van, maar ik ga niet doen alsof dit ook voor mij geldt. Ik wil de geachte afgevaardigde echter graag schriftelijke informeren.

De heer Van Raak (SP): Als u mij spoedig een brief stuurt kan die op tijd komen. Ik vraag wel om enige haast te maken. Het gevaar bestaat namelijk dat de opgraving op een verkeerde manier wordt gedaan. De Universiteit van Amsterdam zegt althans dat dat gevaar groot is. Dan zouden wij het probleem hebben dat wij de belangrijkste site al kwijt zijn voordat de nieuwe wet er is. Ik ben blij met de toezegging dat er een brief komt, maar graag enige spoed.

Staatssecretaris Van der Laan: Ik zal ervoor zorgen dat deze casus met spoed wordt bestudeerd. Misschien is dat de eerste geruststelling. De tweede is dat wij deze Kamer zo snel mogelijk zullen informeren. Ik kijk even naar mijn ambtenaar en zie aan het knikken dat dit kan.



Historie

  • 17 februari 2006
    Voortgang:
    documenten:
    • -   
      Kenmerk DCE/06/7932, Brief Staatssecretaris van der Laan
  • 14 februari 2006
    toezegging gedaan