30.448

Vaststelling en invoering titel 7.5 (Pacht) van het Burgerlijk Wetboek



Dit wetsvoorstel bevat een aantal vernieuwingen van het pachtrecht. Tevens bevat het een technische herziening van het pachtrecht, waarbij het gaat om het bevorderen van eenvoud en transparantie van de regelgeving zodat het beter aansluit bij de recente ontwikkelingen in het burgerlijk recht en het procesrecht.

Sinds de gedeeltelijke Wijziging van de Pachtwet in 1995 (22.705) is de wet uitgebreid geëvalueerd en hebben diverse instanties advies erover uitgebracht, die meegenomen zijn in het nieuwe wetsvoorstel. De regeling van de grondkamers in hoofdstuk IV van de Pachtwet blijft onveranderd gehandhaafd in een afzonderlijke wet (30.833).

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel is op 12 september 2006 aangenomen door de Tweede Kamer. De PvdA, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de SGP, de LPF, de Groep Wilders, de Groep Nawijn, de Groep Van Oudenallen en de Groep Van Schijndel stemden voor.

De plenaire behandeling door de Eerste Kamer vond plaats op 27 maart 2007 en is op die datum geschorst in afwachting van een brief van de minister van Justitie over het algemeen overgangsrecht. De commissie heeft op 2 april 2007 de brief ontvangen (EK 30.448, F) en op 17 april 2007 besloten geen nadere actie te ondernemen naar aanleiding van deze brief. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 24 april 2007 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. De fractie van de SP stemde tegen.


Kerngegevens

ingediend

3 februari 2006

titel

Vaststelling en invoering van titel 7.5 (Pacht) van het Burgerlijk Wetboek

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

  • minister van Justitie
  • minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip


Hoofdlijnen

  • De maximale termijn van twaalf jaar voor een eenmalig pachtcontract vervalt. Voorgesteld wordt om hiervoor in de plaats een onderscheid te maken tussen pachtcontracten van korter dan zes en pachtcontracten van zes jaar en langer.
  • De bestaande regeling van het voorkeursrecht wordt zodanig gewijzigd dat de plicht van de verpachter om de pachter bij voorkeur in de gelegenheid te stellen het verpachte te kopen, niet geldt in geval de verpachter overgaat tot vervreemding aan een 'veilige' nieuwe verpachter.
  • Het kabinet respecteert het voorstel dat partijen overleg willen voeren over de voortgang van de pachtrelatie voordat de bestaande overeenkomst is afgelopen.


Documenten

1