Parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving



De parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving is op 23 maart 2021 door de Eerste Kamer ingesteld als bedoeld in artikel 8 van de Regeling parlementair en extern onderzoek van de Eerste Kamer.

De commissie heeft als taak het door de Tijdelijke commissie voorgestelde parlementaire onderzoek naar de effectiviteit van antidiscriminatiewetgeving te verrichten (CXLIII). Deze commissie is op 1 december 2020 ingesteld als gevolg van de door de Eerste Kamer op 3 november 2020 aangenomen motie-Rosenmöller (GroenLinks) en Jorritsma-Lebbink (VVD) c.s. over parlementair onderzoek met betrekking tot discriminatie (35.570, E).

Op 22 februari 2021 vond een plenair debat plaats over het onderzoeksvoorstel (CXLIII, A) en de Kamer heeft op 23 februari 2021 met het voorstel ingestemd.

Voor: CDA, VVD, GroenLinks, SP, 50PLUS, PvdA, OSF, D66, PvdD, ChristenUnie en Fractie-Otten.

Tegen: SGP, Fractie-Nanninga, FVD en PVV.

Aanleiding voor de instelling van de commissie en het onderzoek is het veelvuldige onderscheid tussen personen en groepen dat in het dagelijkse verkeer in Nederland wordt gemaakt. Onderscheid waarvoor geen objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat is problematisch en op grond van nationaal en internationaal recht verboden. Binnen de categorie verboden onderscheid neemt discriminatie een prominente en eigen positie in. Bij discriminatie gaat het om het maken van onderscheid dat op enigerlei wijze krenkend is of een ongerechtvaardigd nadeel oplevert, op een wijze waarbij de benadeelde duidelijk wordt gemaakt dat deze niet als een gelijkwaardig mens wordt gezien.

De hoofdvraag van het parlementaire onderzoek dient naar het oordeel van de commissie te zijn:

Wat zijn de oorzaken van en mogelijke oplossingen voor de geconstateerde kloof tussen de wet op papier en de wet in praktijk als het gaat om discriminatie?

Bij zowel de oorzaken als de oplossingen gaat het in het bijzonder om de rol die het parlement speelt of kan spelen, zowel in het wetgevingsproces als bij de controle van het beleid waarvoor bewindslieden in de Kamers verantwoording afleggen. Het gaat er hierbij vooral om dat duidelijk wordt waar in de keten van wetgeving naar beleid naar effecten en ervaringen haperingen optreden en wat het parlement kan doen om zulke haperingen te voorkomen of te redresseren. In de analyse zal de vraag beantwoord moeten worden waar in deze keten de doorwerking van anti-discriminatoire bedoelingen stagneert zodat de effectiviteit van wetgeving wordt ondermijnd.

Voorzitter is Ruard Ganzevoort (GroenLinks).

Ondervoorzitter is Eric van der Burg (VVD).

De overige leden van de commissie zijn:

Griffier van de commissie is Candacé van der Bijl.


Stand van zaken

Deskundigenbijeenkomsten

De onderzoekscommissie heeft besloten een aantal deskundigenbijeenkomsten te organiseren, met het oog op deskundigheidsbevordering van de commissie en aanscherping van de vier te onderzoeken casus.

De eerste bijeenkomst (25 mei 2021) gaat over de werking van het ketenmodel dat aan de basis ligt van het gehele onderzoek. Tijdens de andere vier bijeenkomsten komen de verschillende sectoren van het onderzoek aan bod: arbeidsmarkt (1 juni 2021), onderwijs (15 juni 2021), sociale zekerheid (22 juni 2021) en politie (29 juni 2021).

De videoverslagen treft u hieronder aan:


Kamerstukdossier

Het kamerstukdossier bevat officiële parlementaire publicaties van de Parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving.

Het dossier treft u hier aan.

Wilt u contact opnemen met de commissie, dan kunt u een bericht sturen aan postbus@eerstekamer.nl. Graag in de onderwerpregel aangeven dat uw bericht bestemd is voor de Parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving.


Kamerleden sorteren op:


Leden