Dit voorstel wijzigt verschillende fiscale wetten. De wijzigingen zijn zowel inhoudelijk als technisch of redactioneel van aard.

Het voorstel bevat de volgende maatregelen:

  • codificatie maatregelen lijfrenten en loonstamrechten;
  • enkele technische verbeteringen in de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965);
  • voor bezwaar vatbare beschikkingen op belastingaanslag voor bezwaar en beroep onderdeel laten uitmaken van belastingaanslag;
  • wettelijke grondslag uitvraag gegevens per inkomstenverhouding (IKV);
  • afschaffing betalingskorting voorlopige aanslag vennootschapsbelasting (Vpb);
  • betalingsvordering lokale belastingen;
  • rentestop naheffingsaanslag;
  • maatwerk belastingrente;
  • versterken rechtsbescherming bij de onderlinge overlegprocedure tussen staten met een belastingverdrag;
  • verlenging en uniformering bepaalde termijnen vereenvoudigd derdenbeslag;
  • tegemoetkoming schrijnende situaties bij verkrijgen nalatenschap;
  • enkele wijzigingen in de Belastingwet BES ter zake van de koop of doorverkoop van een onroerende zaak of een schip; en
  • enkele meer technische wijzigingen.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK, A) op 10 november 2022 aangenomen.

Voor: SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, PvdA, PvdD, D66, Lid Omtzigt, ChristenUnie, VVD, SGP, CDA, BBB, JA21 en PVV.

Tegen: FVD en Groep Van Haga.

Lid Gündoğan was niet aanwezig bij de stemmingen.

De Tweede Kamercommissie voor Financiën had op 16 september 2022 besloten dit wetsvoorstel te behandelen binnen het behandelschema van het pakket Belastingplan 2023 c.a.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 20 december 2022 na stemming bij zitten en opstaan met algmene stemmen aangenomen.

De stemmingen over de tijdens de plenaire behandeling ingediende moties vonden ook plaats op 20 december 2022.

De plenaire behandeling van dit wetsvoorstel, de wetsvoorstellen van het pakket Belastingplan 2023 en wetsvoorstellen Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling digitale platformeconomie (36.063), Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage (36.235), Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (35.496) en Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten (35.929) door de Eerste Kamer vond plaats op 12 en 13 december 2022.

Op 14 november 2022 vond een technische briefing over de wetsvoorstellen van het pakket Belastingplan 2023 c.a. plaats.


Kerngegevens

ingediend

20 mei 2022

titel

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2023)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat:
  • a. 
    artikel XII, onderdeel E, terugwerkt tot en met 1 juli 2009;
  • b. 
    artikel I, onderdeel A, onder 2, en artikel II, onderdeel E, terugwerken tot en met 1 januari 2017;
  • c. 
    de artikelen VI, tweede zin, VII, tweede zin, en VIII, tweede zin, terugwerken tot en met 1 juli 2021;
  • d. 
    artikel X, onderdeel F, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot belastingaanslagen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet onherroepelijk vaststaan;
  • e. 
    artikel X, onderdeel H, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot besluiten waarvan de datum van dagtekening is gelegen op of na 1 januari 2023;
  • f. 
    artikel I, onderdelen C en D, en artikel X, onderdelen A, B, C en D, voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot aanslagbiljetten waarvan de datum van dagtekening is gelegen op of na 1 januari 2023;
  • g. 
    artikel III, onderdeel A, en artikel IV, onderdeel E, voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2023;
  • h. 
    artikel 27, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zoals dat luidde op 31 december 2022 van toepassing blijft op voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting die betrekking hebben op belastingschulden over een tijdvak dat vóór 1 januari 2023 is aangevangen.
  • 2. 
    In afwijking van het eerste lid, treden artikel X, onderdeel G, en artikel XI in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Documenten

6