35.455

Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten



Dit wetsvoorstel regelt de mogelijkheid om bij verkiezingen te experimenteren met nieuwe stembiljetten. Het huidige stembiljet is (te) groot en daardoor zowel voor de stembureaus als voor veel kiezers lastig te hanteren. De experimenten zijn erop gericht dat bij verkiezingen, in het stemlokaal, een stembiljet kan worden gebruikt dat beter hanteerbaar is, zowel bij het stemmen als bij het tellen.

Op 9 mei 2019 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer voorstellen gedaan voor twee nieuwe stembiljetten en daarbij aangegeven het voornemen te hebben om zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel in te dienen om experimenten mogelijk te maken met deze nieuwe stembiljetten (TK 35.165, 4). Dit wetsvoorstel strekt daartoe

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Plenair
 
Afkondiging
Staatsblad(en)

De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK, A) op 12 oktober 2021 aangenomen.

Voor: Volt, Fractie Den Haan, D66, ChristenUnie, VVD, SGP en CDA.

Tegen: SP, GroenLinks, BIJ1, PvdA, PvdD, DENK, Ja21, Lid Omtzigt, BBB, FVD, Groep Van Haga en PVV.

De Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) heeft op 23 november 2021 het voorlopig verslag (EK 35.455 / 35.670, B) uitgebracht en wacht op de memorie van antwoord.

Het voorstel wordt door de commissie gezamenlijk met het wetsvoorstel Definitieve invoering van het nieuwe stembiljet voor kiezers buiten Nederland (35.670) behandeld.


Kerngegevens

ingediend

11 mei 2020

titel

Tijdelijke regels voor experimenten met nieuwe stembiljetten (Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze wet, met uitzondering van de artikelen 5, 17 en 18, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt tien jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.
  • 2. 
    Artikel 17 treedt in werking met ingang van tien jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
  • 3. 
    De artikelen 5 en 18 treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Documenten