E200019
Laatste revisie: 10-11-2021

E200019 - Voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer en tot wijziging van Richtlijn 2003-109-EG en de voorgestelde verordening inzake een Fonds voor asiel en migratie



Dit voorstelPDF-document voor een verordening regelt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van een asielverzoek dat in de Europese Unie is ingediend en omvat een solidariteitsmechanisme.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 28 september 2021 besloot de commissie het verslag schriftelijk overleg voor kennisgeving aan te nemen.

Europees

Op 21 en 22 oktober 2021 besprak de Europese Raad (21.501-20, CB) de implementatie van de conclusies van de bijeenkomst van juni 2021. De Europese Raad roept de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger op om de actieplannen voor landen van herkomst en doorreis operationeel te maken en deze uit te voeren in samenwerking met partnerlanden. Zij verwacht dat de actieplannen worden onderbouwd met tijdschema's en financiële steun en herhaalt het verzoek aan de Europese Commissie om aan de Europese Raad verslag uit te brengen.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel van het Europees Parlement en de Raad voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer en tot wijziging van Richtlijn 2003-109-EG en de voorgestelde verordening inzake een Fonds voor asiel en migratie

document Europese Commissie

COM(2020)610PDF-document, d.d. 23 september 2020

rechtsgrondslag

artikel 78, lid 2, e), en artikel 79, lid 2, c) VWEU

commissie Eerste Kamer

verwante dossiers


Behandeling Eerste Kamer

Op 28 september 2021 besloot de commissie het verslag schriftelijk overleg voor kennisgeving aan te nemen.

Op 13 juli 2021 besloot de commissie het antwoord van de staatssecretaris op 28 september 2021 opnieuw te agenderen voor bespreking.

Op 8 juli 2021 stuurde de staatssecretaris van J&V een antwoord op de brief met vragen van 12 mei 2021 over de deskundigenbijeenkomsten van 2 en 23 maart 2021 en het verslag van een schriftelijk overleg van 25 maart 2021. Op 9 juli 2021 werd het verslag schriftelijk overleg (EK, F) vastgesteld. De commissie besprak dit op 13 juli 2021.

Op 6 juli 2021 besloot de commissie naar aanleiding van de tot op heden uitgebleven beantwoording een rappelbrief te sturen naar de staatssecretaris van J&V. Op 8 juli 2021 is de brief verzonden.

Op 12 mei 2021 is de brief met vragen en opmerkingen naar aanleiding van de deskundigenbijenkomsten en het verslag schriftelijk overleg over het BNC-fiche aan de staatssecretaris van J&V verstuurd.

Op 20 april 2021 leverden de leden Adriaansens (VVD), Karimi (GroenLinks) en Vos (PvdA) gezamenlijk, Stienen (D66), Van Hattem (PVV) en Talsma (ChristenUnie) inbreng voor schriftelijk overleg met de regering naar aanleiding van de deskundigenbijeenkomsten die hebben plaatsgevonden op 2 maart 2021 (EK, C) en 23 maart 2021 (EK, E) en het verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van J&V inzake het BNC-fiche over het Europese Migratie- en Asielpact (EK, D).

Op 30 maart 2021 blikte de commissie terug op de twee deskundigenbijeenkomsten inzake het nieuwe migratie- en asielpact die hebben plaatsgevonden op 2 maart 2021 (EK, C) en 23 maart 2021 (EK, E). De commissie besloot inbreng voor schriftelijk overleg over dit onderwerp te agenderen twee weken nadat het concept verslag van voormelde deskundigenbijeenkomst van 23 maart 2021 is geleverd.

Op 24 maart 2021 stuurde de staatssecretaris van J&V een antwoord (EK, D) op de vragen van de PVV-fractie.

Op 2 maart 2021 en en 23 maart 2021 vonden deskundigenbijeenkomsten (EK, C) plaats over de voorstellen uit het Europese migratie- en asielpact. Naar aanleiding van de bijeenkomsten zijn position papers ingestuurd. Van beide deskundigenbijeenkomsten is een videoverslag beschikbaar. De papers en de (video)verslagen zijn beschikbaar via deze link.

Op 12 februari 2021 werd een brief met vragen en opmerkingen over het BNC-fiche inzake het Europese Migratie- en Asielpact aan de staatssecretaris van J&V verstuurd.

Op 9 februari 2021 werd inbreng voor schriftelijk overleg wordt geleverd door het lid Van Hattem (PVV) met betrekking tot de voorstellen uit het migratie- en asielpact. De conceptbrief wordt per e-mail aan de leden van de commissie voorgelegd. Inbreng voor schriftelijk overleg wordt opnieuw geagendeerd na de deskundigenbijeenkomsten inzake het Europees migratie- en asielpact, die plaatsvinden op 2 maart en 23 maart 2021.

Op 26 januari 2021 stelde de commissie een lijst op met deskundigen en organisaties om uit te nodigen voor twee deskundigenbijeenkomsten inzake de Europese voorstellen in het Migratie- en Asielpact. De commissie verzoekt de staf deze bijeenkomsten op 2 en 23 maart 2021 te organiseren.

Op 12 januari 2021 besloot de commissie om op 9 februari 2021 inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met betrekking tot het Europees Migratie- en Asielpact. Tevens besloot de commissie dit onderwerp opnieuw te agenderen op 19 januari 2021 om te spreken over de mogelijkheid één of enkele deskundigenbijeenkomsten over dit dossier te organiseren. Op 19 januari 2021 inventariseerde de commissie welke deskundigen zij wil uitnodigen voor een deskundigenbijeenkomst aangaande de Europese voorstellen inzake migratie en asiel.

Op 16 december 2020 is een brief aan de staatssecretaris van J&V verstuurd met het verzoek om informatie-afspraken met betrekking tot het Europese Migratie- en Asielpact. Op 18 december 2020 heeft de staatssecretaris geantwoord. Op 12 januari 2021 besprak de commissie I&A/JBZ het verslag van een schriftelijk overleg (35.612, A), en benadrukt de wens om ten aanzien van dit dossier tijdig en uitvoerig te worden geïnformeerd.

De commissie I&A/JBZ besprak op 8 december 2020 hoe ze de voorstellen uit het migratie- en asielpact wilt behandelen en besloot de griffie te verzoeken een brief op te stellen, gericht aan de staatssecretaris van J&V, over de te maken informatie-afspraken met betrekking tot het Europees Migratie- en Asielpact, en deze ter vaststelling op 15 december 2020 te agenderen. Verder besloot de commissie het Europees Migratie-en asielpact opnieuw ter bespreking te agenderen in de eerstvolgende commissievergadering na het kerstreces.

Op 1 december 2020 hield de commissie I&A/JBZ een mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V over het Europese Migratie- en Asielpact. Zie het videoverslag om het overleg terug te kijken of lees hier het schriftelijke verslag van een mondeling overleg.

Op 24 november 2020 vond een technische briefing plaats van de Europese Commissie over het migratie- en asielpact.

Op 10 november 2020 besloot de commissie I&A/JBZ alle voorstellen uit het pakket voor een migratie- en asielpact in behandeling te nemen (zie E-dossiers E200018 t/m E200023. Daarbij besloot de commissie dat, in ieder geval voor de JBZ-Raad van 3-4 december 2020, een mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V en een technische briefing met de Europese Commissie over dit onderwerp moet plaatsvinden. De commissie heeft het voornemen om op de langere termijn een deskundigenbijeenkomst over dit asiel- en migratiepact te organiseren. Een schriftelijk overleg wordt ingepland na het mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V.


Behandeling Tweede Kamer

Op 27 augustus 2021 stelde de commissie J&V vragen aan de staatssecretaris van J&V naar aanleiding van de ingelaste JBZ-Raad van 31 augustus 2021. De commissie stelde onder meer vragen over de ontwikkelingen ten aanzien van het asiel- en migratiepact. Op 30 augustus stuurde de staatssecretaris een antwoord en op 10 september 2021 werd het verslag van een schriftelijk overleg vastgesteld (32.317, 707).

Op 5 juli 2021 stuurde de commissie J&V een brief met vragen aan de staatssecretaris van J&V over de geannoteerde agenda voor de informele JBZ-Raad van 15-16 juli 2021. De staatssecretaris stuurde op 7 juli 2021 een antwoord en op 9 juli 2021 werd het verslag schriftelijk overleg vastgesteld (32.317, 701). De commissie stelde onder meer vragen over de behandeling van de verschillende migratievoorstellen in de Raad. Het kabinet geeft aan geen pakketbenadering na te streven. Het streeft naar snelle voortgang op de verschillende voorstellen, en met name op de Eurodac- en Screening verordeningen. Daarnaast vroeg de commissie naar de verwachtingen op het terrein van migratie onder het Sloveens Voorzitterschap. Het kabinet geeft aan dat voortgang op de voorstellen op het gebied van migratie behoort tot de prioriteiten van het Voorzitterschap.

Op 3 juni 2021 stuurde de commissie J&V een brief met vragen over onder meer de voorstellen uit het migratie- en asielpact aan de staatssecretaris van J&V naar aanleiding van de JBZ-Raad van 8-9 juni 2021. Op 8 juni 2021 is het verslag schriftelijk overleg vastgesteld (32.317, 686).

Tijdens de stemmingen over het VAO JBZ-Raad voor 13 november 2020 dat op 12 november plaatsvond zijn 4 van de 17 ingediende moties aangenomen:

  • Motie van het lid Baudet over geen steun voor de clausule over ngo's die zoek- en reddingsoperaties op zee uitvoeren (32.317, 650)
  • Motie van de leden Van Toorenburg en Becker over de herziening van de Terugkeerrichtlijn integreren in de onderhandelingen over het EU-migratiepact (32.317, 652)
  • Motie van het lid Voordewind c.s. over bewerkstelligen dat Griekenland de meest kwetsbaren overbrengt naar het vasteland (32.317, 654)
  • Motie van het lid Paternotte c.s. over bij de Europese onderhandelingen aandacht besteden aan uitvoering van de gemaakte afspraken (32.317, 656)

Tijdens het VAO JBZ-Raad voor 13 november 2020 dat op 11 november 2020 plaatsvond zijn 17 moties over het migratie- en asielpact door de Tweede Kamer ingediend.

Op 10 november 2020 is een verslag van een schriftelijk overleg samengesteld inzake het migratie- en asielpakket (32.317, 641) van de Tweede Kamer met de staatssecretaris van J&V naar aanleiding van de geannoteerde agenda voor de JBZ-raad van 8-9 oktober 2020.

Op 3 november 2020 heeft de Tweede Kamer een behandelvoorbehoud geplaatst voor alle wetgevende voorstellen en de mededeling uit het migratie- en asielpact (35.612, 1).


Standpunt Nederlandse regering

Het kabinet constateert in het BNC-fiche (22.112, 2956) dat in dit voorstel significante stappen worden genomen om mazen in het asielsysteem te dichten en secundaire migratiestromen tegen te gaan. Daarentegen baart het hem zorgen dat tegelijk met deze rationalisering nieuwe modaliteiten worden voorgesteld die opnieuw tot mazen in het systeem leiden met alle risico's op misbruik van dien.

Het kabinet ondersteunt het voorstel om de verplichting te laten vallen om asielzoekers die zich aan een overdracht hebben onttrokken door 18 maanden met onbekende bestemming te vertrekken in de nationale procedure op te nemen. Het kabinet ziet echter nog steeds een aantal omstandigheden waardoor de verantwoordelijkheid tussen lidstaten kan verschuiven en acht dit onwenselijk. Het kabinet zet in de onderhandelingen in op het opnieuw ingaan van de volledige overdrachtstermijn vanaf het moment dat een vreemdeling weer in beeld komt.

Het kabinet onderschrijft dat een asielzoeker naast rechten ook plichten heeft. Het voorstel dat verzoekers geen aanspraak kunnen maken op voorzieningen van de EU-opvangrichtlijn in andere lidstaten dan de verantwoordelijke lidstaat, wordt door het kabinet gesteund.

Tevens ondersteunt het kabinet het voorstel om de drempel voor bewaring te verlagen in zoverre dat een risico op onttrekking (in plaats van een significant risico) voldoende is, omdat het de mogelijkheden om de overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat te effectueren verruimt. Het kabinet bepleit evenwel een verdere verruiming van de mogelijkheden voor bewaring. Om dit te realiseren is een aanscherping van de tekst van de Commissie is nodig, waarvoor het kabinet zich tijdens de onderhandelingen zal inzetten.

Het kabinet steunt het instellen van een onderzoek naar gevaar voor openbare orde en nationale veiligheid voorafgaande aan de verantwoordelijkheidsvaststelling. Wel zal er aandacht gevraagd worden voor de werkbaarheid van deze veiligheidstoets en met name of verzekerd kan worden dat alle landen deze toets toepassen.

Het kabinet steunt het voorstel om voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's) de eerste lidstaat verantwoordelijk te stellen waar een asielverzoek wordt ingediend. Het kabinet zal in de onderhandelingen nadere duiding vragen over de wijze waarop de belangen van het kind gewogen moeten worden. Afwijzend staat het kabinet tegenover de eis dat de overdragende lidstaat zich ervan moet verzekeren dat bepaalde maatregelen worden getroffen in de ontvangende lidstaat. Dit verhoudt zich immers niet tot het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De inzet van het kabinet zal zijn dat in beginsel van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Het kabinet staat negatief tegenover de uitbreiding van de definitie van familieleden naar broers en zussen.

Afwijzend staat het kabinet tegenover het voorstel om de richtlijn langdurig ingezetenen te wijzigen, omdat hiermee het beoogde doel niet wordt bereikt.

Wat betreft de voorstellen van de Commissie op het gebied van solidariteit stelt het kabinet met tevredenheid vast dat de Commissie kiest voor een flexibele vorm van solidariteit waarbij geen sprake is van vrijblijvendheid. Verder is het kabinet tevreden dat asielinspanningen die lidstaten de afgelopen tijd hebben geleverd onderdeel uitmaken van de verdeelsleutel van het correctiemechanisme. Het kabinet zal inzetten op een eerlijke verdeelsleutel op basis van objectieve criteria.

Tegelijkertijd is het kabinet over meerdere aspecten terughoudend en roept het voorstel nog vele vragen op. Er dient voor gewaakt te worden dat een lidstaat het mechanisme zo inzet dat alsnog zeer beperkte solidariteit wordt geleverd. Ook plaatst het kabinet vraagtekens bij de bepalende rol die de Commissie volgens het voorstel krijgt in de werking van het solidariteitsmechanisme. Volgens het kabinet moet er kritisch worden gekeken op welke onderdelen van het mechanisme een ruimere betrokkenheid van de lidstaten wenselijk is.

Verder vindt het kabinet dat er voorafgaand aan herplaatsing, ruimte moet zijn voor een screening door de nationale autoriteiten op gevaar voor de openbare orde, nationale veiligheid of internationale betrekkingen. Kansrijke asielzoekers dienen volgens het kabinet bij herplaatsing voorrang te krijgen.

Het kabinet is uitgesproken kritisch over het voorstel om SAR-operaties als een aparte categorie te erkennen in EU-wetgeving. Tenzij er sprake is van een crisissituatie met aanhoudende en disproportionele instroom, ontbreekt de grond voor herplaatsing. Het kabinet pleit ervoor SAR-operaties in te bedden in het nagestreefde Europees-breed solidariteitsmechanisme. Overigens constateert het kabinet met instemming dat het voorstel bij het toepassen van de grensprocedure geen onderscheid maakt tussen personen die aan land komen na een SAR-operatie en andere illegale grensmigranten.

Het kabinet is tevreden over het voorstel om een steviger bemiddelingsprocedure in te bouwen, voor het geval lidstaten het oneens zijn over de uitvoering van de verordening.

De bevoegdheid beoordeelt het kabinet als positief. Het kabinet beoordeelt ook de subsidiariteit en proportionaliteit als positief. Om secundaire migratie tegen te gaan is een aanscherping van de regels nodig. Ook acht het kabinet een billijker verdeling van de asielverantwoordelijkheden tussen de lidstaten.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Op 23 september 2020 presenteerde de Europese Commissie nieuwe voorstellen inzake migratie en asiel. Hiervan maakt het voorstelPDF-document voor een verordening inzake asiel- en migratiebeheer onderdeel uit. Dit voorstel regelt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van een asielverzoek dat in de Europese Unie is ingediend en omvat een solidariteitsmechanisme.

Dit voorstel voor verordening vervangt de huidige Dublinverordening, waarbij het doel is om het systeem van aanwijzen van de voor de behandeling van een asielverzoek verantwoordelijke lidstaat efficiënter en effectiever in te richten. Zo worden, ten opzichte van de huidige Dublinverordening, de termijnen ingekort voor het versturen en beantwoorden van claims op een andere lidstaat.

Daarnaast wordt in dit voorstel de verplichting neergelegd van de asielzoeker om medewerking te verlenen aan de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat en de uiteindelijke overdracht naar die lidstaat. Een asielzoeker kan niet langer al dan niet bewust verantwoordelijkheden doen verschuiven, bijvoorbeeld door kort voor de overdracht voor 18 maanden met onbekende bestemming te vertrekken. Wanneer een asielzoeker zich op deze manier aan het toezicht onttrekt, zal onder dit voorstel voor een verordening de uiterste overdrachtstermijn worden opgeschort, totdat de asielzoeker weer in beeld komt en de resterende termijn ingaat. Ook heeft het gevolgen voor een asielzoeker, indien hij doorreist uit de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek. In een andere lidstaat zal hij geen aanspraak meer kunnen maken op de materiële voorzieningen van de EU-Opvangrichtlijn.


Behandeling Raad

Op 21 en 22 oktober 2021 besprak de Europese Raad (21.501-20, CB) de implementatie van de conclusies van de bijeenkomst van juni 2021. De Europese Raad roept de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger op om de actieplannen voor landen van herkomst en doorreis operationeel te maken en deze uit te voeren in samenwerking met partnerlanden. Zij verwacht dat de actieplannen worden onderbouwd met tijdschema's en financiële steun en herhaalt het verzoek aan de Europese Commissie om aan de Europese Raad verslag uit te brengen.

Tijdens de JBZ-Raad van 7-8 oktober 2021 (32.317, MO) informeerden het voorzitterschap, de Europese Commissie en de EDEO de Raad over de actieplannen die zijn opgesteld voor versterkte samenwerking met landen in Noord-Afrika, Sub-Sahara Afrika, het Midden-Oosten en de Westelijke Balkan. Lidstaten deden dit verzoek tijdens de gecombineerde Raad Buitenlandse Zaken en JBZ van 15 maart 2021, waar is gesproken over de externe dimensie van het EU-migratiebeleid in het kader van het EU migratie- en asielpact.

Op 31 augustus 2021 vond een extra JBZ-Raad plaats die in het teken stond van de ontwikkelingen in Afghanistan (32.317, 706). Nederland onderstreepte, net als enkele andere lidstaten, het belang van snelle voortgang in de onderhandelingen over het migratie- en asielpact, met bijzondere aandacht voor de Screeningverordening.

Tijdens de JBZ-Raad van 15-16 juli 2021 (32.317, MH) stelde het Voorzitterschap van de Raad voor om de pakketbenadering deels los te laten en overeenstemming te bereiken op voorstellen die minder raken aan solidariteit en verantwoordelijkheid. Hierbij werden specifiek de Eurodac-verordening, de Kwalificatieverordening en de Hervestigingsverordening genoemd. De meeste lidstaten steunden dit voorstel.

Op 24 en 25 juni 2021 (21.501-20, BX) sprak de Europese Raad over de externe dimensie van het Europese migratiebeleid. De Europese Raad vroeg de Hoge Vertegenwoordiger en de Europese Commissie om concrete acties en plannen te presenteren om partnerschappen met landen van herkomst, transit en opvang te versterken.

Tijdens de JBZ-Raad van 7-8 juni 2021 (32.317, MD; 32.317, MF) stond het Voorzitterschap stil bij de voorstellen uit het Pact op Asiel en Migratie. Voor het krachtenveld wordt verwezen naar het verslag van de informele JBZ-Raad van 28-29 januari 2021 (32.317, LW) en 11-12 maart 2021 (32.317, MA). Dit krachtenveld is onveranderd. Er is nog geen consensus over de voorstellen. Wel kondigde de Commissie aan dat de onderhandelingen over de EU-Asielagentschap Verordening richting een compromis bewegen.

Tijdens de werklunch spraken ministers, in aanwezigheid van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en de VN Vluchtelingenorganisatie (UNHCR), over de laatste migratietrends en een gezamenlijke aanpak van de diverse migratiebewegingen naar de EU.

Tijdens de gecombineerde Raad Buitenlandse Zaken en Justitie Binnenlandse Zaken van 15 maart 2021 (21.501-02/32.317, 2325) bereikten lidstaten overeenstemming over de noodzaak van partnerschappen met belangrijke herkomst-, transit- en opvanglanden. Noord-Afrika, de Westelijke Balkan, de Sahel, de Hoorn van Afrika en landen op de Zijderoute, zoals Afghanistan en Pakistan werden aangemerkt als belangrijke regio's voor versterkte migratiesamenwerking.

Tijdens de JBZ-raad van 11 en 12 maart 2021 (32.317, MA) informeerde het Voorzitterschap de JBZ-Raad over de besprekingen over de verschillende lopende migratievoorstellen. De Europese Commissie achtte het noodzakelijk om de dialoog met partnerlanden zo snel mogelijk te intensiveren en riep lidstaten op om te komen tot een balans tussen verantwoordelijkheid en solidariteit. Op korte termijn organiseert de Europese Commissie een simulatie.

De JBZ-raad van 28 en 29 januari 2021 (32.317, LW) stond op basis van een discussiestuk van het voorzitterschap wederom stil bij de voorstellen van de Commissie op het gebied van asiel en migratie. Het voorzitterschap vroeg de lidstaten te reflecteren op de samenwerking met derde landen en in het bijzonder over coherente, duurzame en effectieve partnerschappen. Voorts werden de lidstaten gevraagd aan te geven op welke wijze lidstaten die worden geconfronteerd met migratiedruk kunnen worden ondersteund in uitvoering van bijvoorbeeld de screening- en grensprocedure. Tot slot werden lidstaten gevraagd van gedachten te wisselen en voorbeelden te delen van alternatieve vormen van effectieve solidariteit. Vele lidstaten steunden een stevigere inzet op de externe dimensie. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, riepen op tot een duidelijk mechanisme om de inzet richting derde landen beter vorm te geven. Voor wat betreft de interne dimensie liepen de standpunten volgens het bekende krachtenveld uiteen, met name wat betreft grensbeheer en solidariteit.

Tijdens de JBZ-Raad van 14 december 2020 werd een uitgebreide discussie gehouden op het terrein van asiel en migratie. Volgens de regering was de toon van de discussie constructief, maar zijn de posities (nog) niet verenigbaar. Het Duitse Voorzitterschap deelde een voortgangsrapport waarover de meeste lidstaten van mening waren dat deze een weerspiegeling was van de gevoerde discussies en kan als basis dienen voor het Portugese Voorzitterschap. Een aantal zuidelijke en oostelijke lidstaten waren kritisch op aspecten van het solidariteitsmechanisme en de beoogde screening- en grensprocedure.

In het verslag van de JBZ-Raad van 13 november 2020 (32.317, LO) laat de regering weten dat de JBZ-Raad op voorstel van het Voorzitterschap, met name de discussie voerde over de voorstellen op het gebied van de externe dimensie, terugkeer en de procedures aan de buitengrenzen. Tussen de lidstaten leven nog wel veel vragen en soms ook serieuze bezwaren over de voorstellen.

Op 10 november 2020 bespraken de commissies I&A/JBZ en J&V de geannoteerde agenda voor de videoconferentie van de JBZ-Raad op 13 november 2020 (32.317, LN) en besloot deze te betrekken bij de behandeling van de EU-voorstellen over het nieuwe Migratie en Asielpact.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 11 oktober 2021 bracht de commissie LIBE haar ontwerpverslagPDF-document uit over het voorstel.

De commissie Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) behandelt het voorstel. De commissies Buitenlandse zaken (AFET), Begroting (BUDG), Werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en Juridische zaken (JURI) zijn aangesteld als adviescommissies. De adviescommissies besloten geen advies uit te brengen.

Dit voorstel behoort tot de lijst van gemeenschappelijke wetgevingsprioriteiten van de drie EU-instellingen. Hiermee willen zij in 2021 aanzienlijke vooruitgang boeken.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

Op 24 maart 2021 stuurde het parlement van Malta een briefPDF-document over het voorstel aan de Europese Commissie in het kader van de politieke dialoog.

Op 8 maart 2021 nam de Roemeense Senaat een standpuntPDF-document in over de voorstellen in het migratie- en asielpact. De Senaat heeft opmerkingen over verplichte herlocatie, quota's op basis van populatie en BBP en verplichte grensprocedures.

Op 5 maart 2021 nam het Griekse parlement een standpuntPDF-document in over de voorstellen in het migratie- en asielpact.

Op 12 januari 2021 nam de Duitse Bondsraad een standpuntPDF-document in over het voorstel. De Bondsraad betreurt het dat in artikel 8, lid 3, de term "systeemfouten" wordt gebruikt, zonder dat wordt omschreven wanneer sprake is van een risico op onmenselijke of vernederende behandeling. Ook staat de Bondsraad kritisch tegenover de beperking van de inhoud van de rechterlijke toetsing met betrekking tot overdrachtsbesluiten. De Bondsraad verwerpt daarnaast de standaardisering van de beslissingstermijn voor opschortingsverzoeken van één maand.

De deadline voor het indienen van een subsidiariteitsbezwaar is 19 januari 2021.

Op 19 januari 2021 heeft de commissie voor Europese Zaken van de Italiaanse Senaat een gemotiveerd advies aangenomen.

Op 13 januari 2021 heeft de commissie voor Europese Zaken van het Slowaakse parlement unaniem een gemotiveerd adviesPDF-document aangenomen. Het Slowaaks parlement ziet o.a. geen wettelijke basis voor de verdeelsleutel en ziet tekortkomingen in de hulp bij terugkeer.

Op 16 december 2020 heeft het Nationale Assemblée van Hongarije een resolutie aangenomen inzake een subsidiariteitsbezwaar op het Migratie- en Asielpact. Samengevat ziet zij 4 bezwaren:

  • De bevoegdheden van de lidstaten worden beperkt door de solidariteitsbijdrage te berekenen op basis van een kunstmatige verdeelsleutel, die zich (deels) beperkt tot herplaatsing en hulp bij terugkeer.
  • Het pact houdt geen rekening met de nationale identiteiten en constitutionele tradities van de lidstaten.
  • De alomvattende benadering van het pact pleit voor de beginselen van solidariteit en een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid, maar de geografische, economische en demografische omstandigheden van de lidstaten worden minder erkend.
  • Het pact beperkt ook de bevoegdheid van de lidstaten inzake beslissingen over asielprocedures en verblijfsvergunningen.

Op 9 december 2020 heeft de Spaanse Cortes Generales een resolutie aangenomen waarin wordt aangegeven dat het voorstel in lijn is met het subsidiariteitsbeginsel.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen